Wanneer we het hebben over armoede, denken veel mensen vooral aan een laag inkomen. Toch is armoede breder dan dat. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek gaat armoede niet alleen over hoeveel geld iemand verdient, maar vooral over de vraag of een huishouden genoeg middelen heeft om volwaardig mee te doen in de samenleving.
Voor het vaststellen van armoede gebruiken het CBS, het Nibud en het Sociaal en Cultureel Planbureau samen een speciale armoedemeting. Daarbij wordt gekeken naar het inkomen van een huishouden en naar de vaste lasten. Eerst worden noodzakelijke kosten zoals wonen, energie en zorg meegerekend. Wat daarna overblijft moet voldoende zijn om te voorzien in andere basisbehoeften.
Meedoen in de samenleving
Wat vaak minder zichtbaar is, is dat de armoedegrens niet alleen gaat over basisuitgaven zoals eten of kleding. In de berekening zitten ook kosten die nodig zijn om mee te kunnen doen in de samenleving.
Denk bijvoorbeeld aan:
• Schoolspullen
• Een fiets om naar school te gaan
• Sport of een hobby
• Toegang tot digitale middelen voor school
Dit zijn zaken die voor veel gezinnen vanzelfsprekend zijn, maar die voor gezinnen met een laag inkomen niet altijd betaalbaar zijn.
Waarom dit belangrijk is voor kinderen
Voor kinderen kan het ontbreken van deze mogelijkheden grote gevolgen hebben. Wanneer een kind niet kan sporten, geen fiets heeft of niet mee kan doen aan activiteiten met leeftijdsgenoten, kan dat invloed hebben op hun ontwikkeling, zelfvertrouwen en sociale contacten.
Daarom zetten wij ons in om juist deze drempels weg te nemen. Door ondersteuning te bieden bij bijvoorbeeld zwemmen, schoolspullen of een laptop, krijgen kinderen de kans om net als hun leeftijdsgenoten mee te doen.


